ECLI:NL:CRVB:2024:1061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig bouwkundig tekenaar, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding in 2018. Het UWV weigerde deze omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Medisch en arbeidskundig onderzoek toonde beperkingen, maar de geselecteerde functies bleken passend.
Appellant voerde aan dat zijn klachten ernstiger waren dan erkend, met name armklachten, duizeligheid en pijn in het been, waardoor bepaalde functies ongeschikt zouden zijn. De rechtbank en de Raad volgden dit niet, gelet op het zorgvuldige medisch onderzoek, inclusief fysiek onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige de geschiktheid van functies voldoende had onderbouwd. Nieuwe medische stukken gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd verworpen, waarmee de weigering van de WIA-uitkering in stand bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.