ECLI:NL:CRVB:2024:1042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding kinderalimentatie op bijstand ondanks betwisting ontvangst
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en het college hield maandelijks €150,- in op haar bijstandsuitkering, gebaseerd op kinderalimentatie die zij van haar ex-partner zou ontvangen. Appellante stelde dat zij de alimentatie nooit had ontvangen en dat haar ex-partner niet over middelen beschikte om te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit. De Raad oordeelde dat kinderalimentatie een middel is in de zin van artikel 31 PW Pro en in beginsel als inkomen in mindering moet worden gebracht. Uit het echtscheidingsconvenant volgt een aanspraak op kinderalimentatie en uit e-mails bleek dat de ex-partner tot de achttiende verjaardag van het kind alimentatie betaalde.
Zelfs als appellante de alimentatie niet feitelijk had ontvangen, werd geoordeeld dat zij daarover redelijkerwijs kon beschikken, eventueel via het LBIO. Appellante had dit niet onderbouwd. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het bestreden besluit bleef in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de inhouding van kinderalimentatie op de bijstand omdat appellante redelijkerwijs over de alimentatie kon beschikken.