Uitspraak
21 2663 WAJONG
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
L.R. Kokhuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op basis van arbeidsongeschiktheid jonggehandicapten. Het UWV heeft haar aanvraag afgewezen omdat zij onvoldoende medische informatie over haar gezondheidstoestand tussen haar achttiende en drieëntwintigste jaar heeft aangeleverd. In bezwaar en beroep heeft het UWV aanvullend onderzoek laten uitvoeren, waarbij is geconcludeerd dat appellante op haar zeventiende en achttiende volledig arbeidsongeschikt was, maar dat deze arbeidsongeschiktheid niet doorlopend was en zij vanaf 1 oktober 2004 in staat was om met beperkingen te werken.
De rechtbank heeft het besluit van het UWV bevestigd en geoordeeld dat het beoordelingskader juist is toegepast en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zorgvuldig en overtuigend is opgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen zijn onderschat en dat de Richtlijn Ontwikkelingsstoornissen Wajong niet is toegepast, maar de Raad oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat het ontbreken van medische gegevens uit de relevante periode voor haar rekening komt.
De Raad benadrukt dat het individuele onderzoek leidend is en dat de beperkingen op basis van de beschikbare gegevens juist zijn vastgesteld. Het beroep van appellante wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.