ECLI:NL:CRVB:2023:898

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 mei 2023
Publicatiedatum
11 mei 2023
Zaaknummer
22/758 CRTV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door UWV

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar trok dit hoger beroep op 11 oktober 2022 in. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen UWV. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek schriftelijk behandeld.

De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Gezien de eerdere proceskostenveroordeling door de rechtbank en de redelijke kosten die betrokkene heeft moeten maken, werd UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op in totaal € 2.031,-, bestaande uit € 1.194,- voor de behandeling van het bezwaar en € 837,- voor de verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 10 mei 2023.

Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is veroordeeld tot betaling van € 2.031,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 mei 2023
22/758 CRTV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 januari 2022, 21/3112 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[betrokkene] , gevestigd te [vestigingsplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
Op 11 oktober 2022 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. P.A. Kerkhof, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:118, eerste lid, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Aangezien de rechtbank in de aangevallen uitspraak een proceskostenveroordeling heeft uitgesproken, staan de Raad nog ter beoordeling de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het bezwaar en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het bezwaar en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.194,- in bezwaar en € 837,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 2.031,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 2.031,-.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2023.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai