ECLI:NL:CRVB:2023:884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift te laat ingediend leidt tot niet-ontvankelijkheid in AOW-terugvordering
Appellant ontving door wijziging van persoonlijke omstandigheden een te hoge toeslag op zijn AOW-pensioen, die hij moest terugbetalen in maandelijkse termijnen. Tegen het besluit hierover maakte hij bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift na de wettelijke termijn was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat hij het besluit laat had ontvangen en dat hij financieel niet rond kon komen, maar kon geen geldige reden geven voor de overschrijding van de bezwaartermijn. De Raad benadrukte dat de termijn zes weken bedraagt en dat bij postbezorging het bezwaarschrift uiterlijk een week na afloop van die termijn ontvangen moet zijn. Appellant had het bezwaarschrift pas na afloop van de termijn ter post bezorgd en maakte niet aannemelijk dat dit niet verwijtbaar was.
De Raad concludeerde dat de Sociale Verzekeringsbank het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat het bezwaar daarom niet inhoudelijk behandeld kon worden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het hoger beroep wordt verworpen.