ECLI:NL:CRVB:2023:876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als peuterspeelzaalleidster en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast en beëindigde haar WIA-uitkering per 7 oktober 2020 na een functionele beoordeling van haar mogelijkheden (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend. Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV onzorgvuldig handelde door haar niet tijdig op spreekuur te laten komen en dat haar psychische beperkingen werden onderschat.
De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen passend zijn vastgesteld op de datum in geschil. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover geen proceskostenveroordeling is uitgesproken en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante wegens onvoldoende motivering over het spreekuurcontact. De overige overwegingen van de rechtbank worden bevestigd.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellante wordt terecht beëindigd, maar het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten wegens onvoldoende motivering over het spreekuurcontact.