ECLI:NL:CRVB:2023:845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid en weigering Ziektewetuitkering na WIA-beoordeling bij vermeende toename beperkingen
Appellante was sinds 2016 ziekgemeld met diverse klachten en ontving een Ziektewetuitkering die na een WIA-beoordeling werd voortgezet. Het Uwv weigerde haar per 30 januari 2020 een nieuwe Ziektewetuitkering toe te kennen omdat verzekeringsartsen vaststelden dat haar beperkingen niet waren toegenomen sinds de WIA-beoordeling van 2018. Appellante stelde dat haar beperkingen door springend reuma, verergerde artrose en boezemfibrilleren waren toegenomen, maar bracht hiervoor geen nieuwe medische stukken in.
De rechtbank en de Raad onderschreven de gemotiveerde medische beoordelingen dat de beperkingen niet waren toegenomen en dat appellante geschikt bleef voor ten minste één van de bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies. Het nieuwe toetsingskader vereist dat ten minste drie functies geschikt blijven met een arbeidsgeschiktheid van minimaal 65%, wat hier werd bevestigd.
Appellante voerde ook schending van het gelijkheidsbeginsel aan en verzocht om een onafhankelijke deskundige, maar dit werd niet gegrond verklaard omdat er geen aanwijzingen waren dat zij onvoldoende toegang tot medische informatie had. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het besluit van het Uwv, evenals de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het Uwv tot weigering van de Ziektewetuitkering per 30 januari 2020 wordt bevestigd.