Uitspraak
PROCESVERLOOP
[naam] . Als tolk is verschenen M. Kada. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.E. Bensoussan.
Centrale Raad van Beroep
Appellante verzocht het college om ontheffing van de arbeidsverplichtingen op grond van artikel 9, tweede lid, van de Participatiewet vanwege medische beperkingen. Het college wees dit verzoek af omdat appellante haar aanvraag niet had onderbouwd met bewijsstukken die haar beperkingen aantonen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat de bewijslast bij appellante ligt.
Appellante stelde dat het college een medisch adviseur had moeten inschakelen en verwees naar eerdere ontheffingen vanwege haar medische situatie. De Raad overwoog echter dat het enkele feit dat in het verleden ontheffing was verleend, niet betekent dat zij haar aanvraag niet opnieuw hoeft te onderbouwen, mede omdat haar situatie kan zijn gewijzigd.
De Raad concludeerde dat appellante geen nieuwe of voldoende onderbouwing had gegeven en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd afgewezen en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om ontheffing van arbeidsverplichtingen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van beperkingen.