ECLI:NL:CRVB:2023:808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidsrecht
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam en tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep.
De griffier heeft verzoekster meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,-, met een termijn van twee weken voor betaling. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht, maar dit verzoek is afgewezen.
Ondanks herhaalde aanmaningen heeft verzoekster het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijnen. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht moet het verzoek om voorlopige voorziening daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.
De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding gezien tot een proceskostenveroordeling en heeft het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan op 2 mei 2023 door K.M.P. Jacobs.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.