ECLI:NL:CRVB:2023:79
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand met terugwerkende kracht zonder bijzondere omstandigheden
Appellante ontving tot 30 september 2019 een WW-uitkering en vroeg bijstand aan met ingang van 30 september 2019. Het college kende bijstand toe vanaf 25 oktober 2019, de datum waarop appellante zich daadwerkelijk meldde en een aanvraag indiende.
Appellante stelde dat zij al op 29 september 2019 had ingelogd op Werk.nl en dat dit aanleiding moest zijn voor bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2019. De Raad oordeelde dat dit inloggen geen daadwerkelijke aanvraag is en dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij eerder actie had ondernomen richting het college. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de hoofdregel rechtvaardigen.
De rechtbank had het bezwaar tegen het besluit van het college grotendeels ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak. Het hoger beroep van appellante wordt verworpen omdat zij geen recht heeft op bijstand over de periode voorafgaand aan haar daadwerkelijke aanvraagdatum.
Uitkomst: Geen bijstand met terugwerkende kracht toegekend zonder bijzondere omstandigheden.