ECLI:NL:CRVB:2023:786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 79,79% in WIA-procedure
Appellant, voormalig senior software developer, is sinds maart 2017 ziek gemeld en heeft een aanvraag ingediend op grond van de Wet WIA. Het UWV heeft aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 78,01% vastgesteld, welke na bezwaar is verhoogd naar 78,57%. Later, na aanvullend onderzoek, is de mate vastgesteld op 79,79%.
De rechtbank Noord-Holland heeft het beroep van appellant tegen het UWV-besluit gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en gemotiveerd waren en dat er geen aanleiding was voor twijfel aan de juistheid van het medisch oordeel of om een onafhankelijk deskundige in te schakelen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het UWV zich onvoldoende heeft vergewist van de zorgvuldigheid van de medische rapporten en dat zijn beperkingen zijn onderschat, mede op basis van nieuw overgelegde informatie van een orthomoleculair therapeut. De Centrale Raad van Beroep heeft deze gronden verworpen, stellende dat de medische rapporten zorgvuldig zijn en de nieuwe informatie geen objectief medisch substraat bevat.
De Raad bevestigt dat de arbeidsdeskundige voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies binnen de beperkingen van appellant passen en dat de taalbeheersing voldoende is voor de interne opleiding. De signaleringen bij de functie medewerker tuinbouw zijn eveneens voldoende gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 79,79% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.