ECLI:NL:CRVB:2023:755

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
22 / 108 AOW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 lid 7 AwbArt. 8:108 lid 1 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet wegens termijnoverschrijding in hoger beroep AOW-PV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De uiterste datum voor indiening was 1 december 2021, terwijl het beroepschrift pas op 12 januari 2022 door de Raad werd ontvangen. Hoewel de poststempel op de enveloppe 31 december 2021 vermeldde, werd dit niet als voldoende bewijs voor tijdige indiening geaccepteerd.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. Dit verzet werd echter ook niet tijdig ingediend; de uiterste datum was 14 juli 2022, terwijl het verzetschrift pas op 18 juli 2022 ter post werd aangeboden en op 24 augustus 2022 werd ontvangen. Op verzoek van de Raad gaf appellant geen geldige reden voor de termijnoverschrijding.

De Raad oordeelde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 april 2023.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

22 108 AOW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 oktober 2021, 20/4784 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 21 april 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: E.X.R. Yi
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In de uitspraak van 19 mei 2022 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop een hogerberoepschrift kon worden ingediend was 1 december 2021. Het hogerberoepschrift is gedateerd op 13 november 2021 en is door de Raad ontvangen op
12 januari 2022. De poststempel op de enveloppe geeft aan dat het hogerberoepschrift op
31 december 2021 ter post is bezorgd.
Appellant heeft verzet gedaan.
De uitspraak van de Raad waartegen verzet is gedaan is verzonden op 2 juni 2022. De laatste dag om tijdig verzet te doen was 14 juli 2022. Het verzetschrift is op 18 juli 2022 ter post aangeboden en door de Raad ontvangen op 24 augustus 2022.
Bij brief van 1 september 2022 heeft de Raad naar de reden van de termijnoverschrijding gevraagd. Hierop heeft appellant gereageerd maar zonder een reden te geven waarom het verzuim verschoonbaar zou moeten worden verklaard.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) E.X.R. Yi (getekend) J. C. Boeree