ECLI:NL:CRVB:2023:723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij WAO-uitspraak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2022. De Centrale Raad van Beroep heeft beoordeeld of het beroepschrift tijdig was ingediend. De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken vanaf de dag na de verzending van de uitspraak aan partijen.
De uitspraak werd op 21 november 2022 toegezonden. Het beroepschrift werd ontvangen op 17 januari 2023 en was volgens de poststempel op 4 januari 2023 ter post bezorgd. Dit was na het verstrijken van de termijn, waardoor het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Appellant voerde aan dat de rechtbank de uitspraak aanvankelijk naar een onjuist adres had gestuurd, maar uit stukken bleek dat de uitspraak naar het juiste adres was verzonden.
Appellant stelde verder dat iemand anders het beroepschrift voor hem had geschreven en dat het mogelijk bij het postbedrijf was blijven liggen. Dit werd niet als voldoende grond gezien om het verzuim te rechtvaardigen. De Raad oordeelde daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en wees het beroep zonder verdere inhoudelijke behandeling af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.