ECLI:NL:CRVB:2023:715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant werd werkloos per 26 juni 2019 en vroeg op 11 oktober 2019 een WW-uitkering aan. Het UWV nam de aanvraag niet in behandeling omdat appellant niet de gevraagde gegevens aanleverde. Een tweede aanvraag in mei 2020 werd eveneens niet in behandeling genomen om dezelfde reden, waarna de aanvragen werden afgewezen.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er geen bijzonder geval was om toch tot uitbetaling over te gaan. De coronapandemie en lockdowns werden besproken, maar appellant kon digitaal of per post de benodigde informatie aanleveren. Zijn mentale gesteldheid werd niet onderbouwd met medische stukken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat vanwege corona de periode vanaf 12 maart 2020 niet in aanmerking genomen mocht worden en dat het UWV hem niet de mogelijkheid gaf alsnog stukken te sturen. De Centrale Raad van Beroep verwierp deze gronden, onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de WW-uitkering.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door A.I. van der Kris op 19 april 2023.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WW-uitkering wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde gegevens zonder dat sprake is van een bijzonder geval.