ECLI:NL:CRVB:2023:701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte aanvullende toelage-buitenland defensiepersoneel volgens vaste gedragslijn
Appellant, een militair geplaatst in Hongarije, maakte bezwaar tegen de hoogte van zijn aanvullende toelage-buitenland, stellende recht te hebben op een hoger bedrag dan toegekend. De staatssecretaris had de toelage vastgesteld op basis van tabel 7 van het VBD met een correctie vanwege kostenverschillen tussen Hongarije en Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en kwalificeerde de gehanteerde vaste gedragslijn als buitenwettelijk begunstigend beleid, waartegen beperkte rechterlijke toetsing geldt. Appellant stelde dat hij aanspraak had op het volledige basisbedrag zonder correctie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde anders: de vaste gedragslijn is een uitleg van artikel 10 van Pro het VBD en vormt wetsinterpreterend beleid, waar de bestuursrechter niet aan gebonden is. De Raad bevestigde dat de correctie op het basisbedrag noodzakelijk is vanwege variabele economische omstandigheden in het buitenland en wees het beroep af.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank blijft daarmee in stand, het bestreden besluit wordt bevestigd en appellant krijgt geen vergoeding van kosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot vaststelling van de aanvullende toelage-buitenland blijft in stand.