ECLI:NL:CRVB:2023:7
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor alternatieve functies
Appellante was werkzaam als begeleider gehandicaptenzorg en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek geschikt werd geacht voor andere functies die zij meer dan 65% van haar oorspronkelijke loon konden opleveren.
Appellante voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en haar medische situatie verslechterd was, onder meer door EMDR-behandeling en psychische klachten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had echter voldoende medische gegevens en concludeerde dat er geen verslechtering was en dat de beperkingen juist waren ingeschat.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies en dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.