ECLI:NL:CRVB:2023:643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na medisch onderzoek
Appellant ontving sinds 2007 een Wajong-uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat appellant belastbaar is met beperkingen zoals vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 7 september 2018. Op basis hiervan werd de arbeidsongeschiktheid berekend op 0%, waarna de Wajong-uitkering per 19 december 2018 werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond na een psychiatrische expertise die symptomatische overdrijving vaststelde. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de juistheid van het oordeel over de belastbaarheid van appellant. De rechtbank wees ook op de onduidelijkheid over de deskundigheid van de door appellant overgelegde psychiater.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat zijn psychische belastbaarheid was overschat, maar leverde geen nieuwe medische informatie. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde het besluit van het UWV. Er werd geen aanleiding gezien voor het toewijzen van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.