Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:636

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 maart 2023
Publicatiedatum
5 april 2023
Zaaknummer
22/2757 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep en verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens overlijden appellant

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Tijdens de procedure is appellant overleden. De Raad heeft op grond van artikel 8:26, tweede lid, Awb een oproep in de Staatscourant geplaatst om eventuele erfgenamen te verzoeken zich te melden indien zij de procedure wensen voort te zetten.

Na deze oproep heeft niemand zich gemeld als erfgenaam die het geding wil voortzetten. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen heeft aangegeven geen gebruik te maken van het recht om op een zitting te worden gehoord. Hierdoor is het onderzoek gesloten conform artikel 8:57, derde lid, Awb.

De Raad overweegt dat het belang van appellant bij de voortzetting van het geding is vervallen door zijn overlijden. Zonder opvolging door erfgenamen ontbreekt het aan een procesbelang om het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening te beoordelen. Daarom worden beide niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 21 maart 2023 en uitgesproken in het openbaar.

Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellant en het ontbreken van opvolging door erfgenamen.

Uitspraak

22.2757 PW, 22/2758 PW-VV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 augustus 2022, 22/2682 (aangevallen uitspraak) en op het verzoek om een voorlopige voorziening
Partijen:
[appellant] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college)
Datum uitspraak: 21 maart 2023
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Op [datum] 2022 is appellant overleden.
De Raad heeft, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de Staatscourant van 5 december 2022 een oproep aan de erven van appellant gedaan om zich te melden en te kennen te geven of zij de procedure wensen voort te zetten.
Niemand heeft zich gemeld.
Het college heeft desgevraagd verklaard niet gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De indiener van het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening, appellant, is overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.
2. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant heeft niemand zich daarvoor gemeld.
3. Dit betekent dat er geen processueel belang meer is om het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening te beoordelen. Het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
  • verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2023.
(getekend) A.J. Schaap
(getekend) M. Zwart