ECLI:NL:CRVB:2023:548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdiencapaciteit boven 65 procent
Appellant was werkzaam als energieverkoper en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en beëindigde daarom zijn Ziektewetuitkering per 12 maart 2020.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat het UWV terecht geen aanvullende deskundigen had benoemd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen waren onderschat, met name vanwege psychische klachten, medicatiebijwerkingen en fysieke klachten zoals hyperflexibiliteit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV alle relevante medische informatie had betrokken, dat er geen aanleiding was om de beperkingen te herzien en dat het beginsel van equality of arms niet was geschonden. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat het besluit tot beëindiging van de uitkering terecht is genomen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.