Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:543

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 maart 2023
Publicatiedatum
24 maart 2023
Zaaknummer
21 / 3723 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 PW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor aanschaf laptop wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

In deze zaak ging het om de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor de aanschaf van een nieuwe laptop ter waarde van €700,-. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat de kosten volgens hen tot de algemene bestaanskosten behoren die uit het inkomen op bijstandsniveau betaald moeten worden. Appellante voerde aan dat vanwege de coronacrisis en het maken van een digitaal examen een nieuwe laptop noodzakelijk was, maar dit werd niet als bijzondere omstandigheid erkend.

De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de kosten voorzienbaar waren en appellante hiervoor had moeten reserveren. De coronapandemie werd niet als onvoorziene omstandigheid gezien die rechtvaardigde dat bijzondere bijstand werd toegekend. Ook de vergoeding voor de kosten van bezwaar werd beperkt tot het indienen van het bezwaarschrift, omdat het college later alsnog inhoudelijk op de aanvraag besloot.

In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen reden om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. Volgens artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet kan alleen bijzondere bijstand worden verleend bij bijzondere omstandigheden die het onmogelijk maken de kosten uit de bijstandsnorm te betalen. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat zij niet had kunnen reserveren of de kosten via gespreide betaling had kunnen voldoen. De afwijzing van de aanvraag en de beperking van de kostenvergoeding werden daarom bevestigd.

Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor een laptop wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 oktober 2021, 21/3152 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (het college)
Datum uitspraak: 14 maart 2023
Zitting heeft: mr. drs. A.M. Overbeeke
Griffier: R. van Doorn
Appellante en haar advocaat zijn niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.F. Jim.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in deze zaak om de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (PW) voor een nieuwe laptop van € 700,-.
Het college heeft de aanvraag bij besluit van 4 mei 2021 eerst niet in behandeling genomen, omdat de aanvraag incompleet was. Bij besluit van 10 mei 2021 heeft het college de aanvraag alsnog afgewezen. Bij besluit van 7 juni 2021 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen de buiten behandeling stelling gegrond verklaard en het besluit van 4 mei 2021 ingetrokken. Het bezwaar tegen het besluit van 10 mei 2021 heeft het college ongegrond verklaard. Het college heeft verder € 534,- toegekend aan vergoeding voor de kosten in bezwaar. Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de kosten voor een nieuwe laptop behoren tot de algemene bestaanskosten, die appellante uit haar eigen inkomen moet betalen. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die het verlenen van bijstand rechtvaardigen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank waren de kosten voor een nieuwe laptop voorzienbaar en had appellante daarvoor moeten reserveren. Bij de aanschaf van haar laptop had zij er rekening mee moeten houden dat die in de toekomst aan vervanging toe zou zijn. Dat de coronapandemie niet was te voorzien maakt dit niet anders. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het college niet gehouden was om een kostenvergoeding toe te kennen voor het horen in bezwaar.

Laptop

In hoger beroep heeft appellante opnieuw aangevoerd dat wel sprake is van een bijzondere omstandigheid. Als gevolg van de coronacrisis moest appellante digitaal een belangrijk examen maken en het was niet verantwoord dit op haar vier à vijf jaar oude laptop te doen. Zij was daarom gedwongen om een nieuwe laptop aan te schaffen.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Uitgangspunt is dat een inkomen op bijstandsniveau voorziet in alle (periodiek en incidenteel) voorkomende algemeen noodzakelijke bestaanskosten, dat wil zeggen: de bestaanskosten die kunnen worden gerekend tot het op minimumniveau algemeen gangbare bestedingspatroon. Alleen in bijzondere omstandigheden is dan aanvullend bijzondere bijstand nodig.
Daarom kan op grond van artikel 35, eerste lid, van de PW alleen recht op bijzondere bijstand bestaan voor zover de betrokkene door bijzondere omstandigheden wordt geconfronteerd met kosten waarin de algemene bijstandsnorm niet voorziet of met kosten waarin de norm wel voorziet maar die hij door bijzondere omstandigheden niet uit de norm kan betalen. De omstandigheid dat de betrokkene al dan niet de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor de kosten, is een aspect dat in laatst genoemd kader moet worden beoordeeld.
De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellante heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig zou zijn.
De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust. De kosten van een laptop zijn incidentele algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die in beginsel uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden voldaan. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn in de zin van artikel 35, eerste lid, van de PW waardoor zij niet heeft kunnen reserveren of de kosten via gespreide betaling achteraf heeft kunnen voldoen. Het college heeft de aanvraag van bijzondere bijstand voor een nieuwe laptop daarom terecht afgewezen.

Kosten bezwaar

Appellante heeft verder aangevoerd dat de vergoeding voor de kosten van bezwaar te laag is. Volgens appellante is er ten onrechte geen vergoeding toegekend voor de kosten van het bijwonen van de hoorzitting door haar advocaat.
Ook deze beroepsgrond slaagt niet.
Het college heeft bij het wijzigingsbesluit van 10 mei 2021 alsnog een inhoudelijke beslissing genomen op de aanvraag en daarmee het besluit van 4 mei 2021 niet gehandhaafd. Dit betekent dat het op de hoorzitting van 3 juni 2021 niet meer nodig was om appellante over het bezwaar tegen het besluit van 4 mei 2021 te horen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college de vergoeding van de kosten in bezwaar terecht heeft beperkt tot de indiening van het bezwaarschrift tegen het besluit van 4 mei 2021.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) R. Van Doorn (getekend) A.M. Overbeeke