ECLI:NL:CRVB:2023:541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag 24-uurszorg op grond van de Wet langdurige zorg
Appellante, geboren in 1964, heeft lichamelijke en cognitieve beperkingen en vroeg op 7 mei 2020 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat er geen noodzaak was voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid, gebaseerd op medische adviezen en dossieronderzoek.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische adviezen zorgvuldig waren opgesteld en geen aanwijzingen bevatten voor zware cognitieve stoornissen of noodzaak voor 24-uurszorg. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij zeven keer per dag hulp nodig heeft en valgevaar loopt, maar kon dit niet met nieuwe medische stukken onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het eerdere oordeel zouden kunnen wijzigen. Het CIZ heeft de medische stukken van appellante betrokken en gemotiveerd dat er geen noodzaak is voor 24-uurszorg. Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor 24-uurszorg wordt bevestigd.