ECLI:NL:CRVB:2023:541

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 maart 2023
Publicatiedatum
24 maart 2023
Zaaknummer
21 / 2646 WLZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 Wlz
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvraag 24-uurszorg op grond van de Wet langdurige zorg

Appellante, geboren in 1964, heeft lichamelijke en cognitieve beperkingen en vroeg op 7 mei 2020 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat er geen noodzaak was voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid, gebaseerd op medische adviezen en dossieronderzoek.

De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische adviezen zorgvuldig waren opgesteld en geen aanwijzingen bevatten voor zware cognitieve stoornissen of noodzaak voor 24-uurszorg. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij zeven keer per dag hulp nodig heeft en valgevaar loopt, maar kon dit niet met nieuwe medische stukken onderbouwen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het eerdere oordeel zouden kunnen wijzigen. Het CIZ heeft de medische stukken van appellante betrokken en gemotiveerd dat er geen noodzaak is voor 24-uurszorg. Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor 24-uurszorg wordt bevestigd.

Uitspraak

21.2646 WLZ

Datum uitspraak: 23 maart 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 juni 2021, 20/5722 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)

CIZ

PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J. Oversluizen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben laten weten van de behandeling ter zitting af te zien.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellante, geboren in 1964, heeft lichamelijke problemen en cognitieve klachten. Op 7 mei 2020 heeft appellante bij het CIZ een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).
1.2.
Bij besluit van 2 juni 2020, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 13 oktober 2020 (bestreden besluit), heeft het CIZ de aanvraag afgewezen. Het CIZ heeft de grondslagen somatische aandoening en lichamelijke handicap bij appellante vastgesteld. Volgens het CIZ bestaat echter geen noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid in de zin van artikel 3.2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wlz. Hieraan liggen medische adviezen van 2 juni 2020 en van 25 september 2020 ten grondslag.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat de medische adviezen van het CIZ zijn gebaseerd op dossierstudie en informatie van de behandelaars van appellante. De medisch adviseurs hebben de medische voorgeschiedenis en overige informatie over de zorgbehoefte van appellante bij de beoordeling betrokken. Zij hebben geconcludeerd dat er geen medische gegevens beschikbaar zijn waaruit zware stoornissen van het cognitief functioneren blijken. Naar aanleiding van de in beroep ingediende medische informatie is een aanvullend medisch advies van 19 februari 2020 uitgebracht. Hierin heeft de medisch adviseur geconcludeerd dat appellante klachten door aandoeningen aan het bewegingsapparaat ondervindt die zorg en ondersteuning behoeven, maar gezien de aard van deze klachten de noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid ontbreekt. Volgens de rechtbank zijn er geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van de medische adviezen. De stelling van appellante dat diverse behandelaars wel 24-uurs-zorg adviseren en de stelling dat zij in een noodsituatie niet alert kan reageren, heeft appellante niet met medisch objectiveerbare stukken onderbouwd.
3. Appellante heeft in hoger beroep – samengevat – aangevoerd dat zij medische informatie heeft overgelegd waarmee de medische adviezen van het CIZ worden weerlegd. Omdat zij zeven keer per dag thuishulp nodig heeft en sprake is van valgevaar dient zij in aanmerking te komen voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Appellante heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht dan in beroep bij de rechtbank, en ook geen redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel over de beroepsgronden had moeten komen. Appellante heeft zich beperkt tot het herhalen van de in beroep aangevoerde gronden. De rechtbank heeft deze gronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit berust en verwijst daarnaar. Hier wordt het volgende aan toegevoegd.
4.2.
Het CIZ heeft de door appellante overgelegde medische stukken uitdrukkelijk bij de medische beoordeling betrokken en op inzichtelijke wijze gemotiveerd dat ondanks de beperkingen van appellante geen noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid bestaat, waardoor niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 3.2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wlz. Dit betekent dat het CIZ appellante terecht niet in aanmerking heeft gebracht voor zorg op grond van de Wlz.
4.3.
Uit wat onder 4.1 en 4.2 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van E.J. van der Veldt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2023.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) E.J. van der Veldt