ECLI:NL:CRVB:2023:517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vaste aanstelling wegens normoverschrijdend gedrag en twijfel aan geschiktheid
Appellante had een tijdelijke aanstelling als klantmanager die per 1 augustus 2019 niet werd omgezet in een vaste aanstelling, maar in plaats daarvan werd verlengd met een tijdelijke aanstelling van een jaar. Het college baseerde dit op twijfels over het voldoen aan redelijke eisen, mede vanwege normoverschrijdend gedrag, waaronder het etaleren van een intieme relatie met een collega op de werkvloer.
De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid tot dit oordeel kon komen en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het gedrag van appellante ongepast was en dat de toezegging van een vaste aanstelling niet onvoorwaardelijk was.
Appellante had aangevoerd dat het initiatief voor het gedrag bij de collega lag en dat het een privékwestie betrof, maar deze stellingen werden niet onderbouwd. De Raad vond het normoverschrijdende gedrag op de werkvloer voldoende reden voor het college om terughoudend te zijn met het verlenen van een vaste aanstelling.
De Raad wees ook het verzoek af om getuigen te horen, omdat deze niet aanwezig waren bij het beoordelingsgesprek waarin de toezegging zou zijn gedaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: De weigering om een vaste aanstelling te verlenen wordt bevestigd vanwege twijfel over het voldoen aan redelijke eisen en normoverschrijdend gedrag.