Uitspraak
22.467 WIA, 22/902 ZW
OVERWEGINGEN
Inzake 22/467 WIA
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep tegen aangevallen uitspraak II niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 3.348,-;
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als kantinemedewerkster/chauffeur en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat er meer beperkingen moesten worden erkend, waaronder psychische klachten zoals PTSS. De Raad volgde dit niet en concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met voldoende aandacht voor psychische klachten. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel over de medische beoordeling.
De functies die het UWV als passend had aangemerkt, werden als medisch geschikt beoordeeld. Het hoger beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering werd afgewezen. Daarnaast werd het hoger beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV de uitkering voortzette, waardoor appellante geen belang meer had bij het beroep.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante. De uitspraak werd gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen op 15 maart 2023.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het hoger beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering niet-ontvankelijk.