ECLI:NL:CRVB:2023:443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen informatieve brief en betaalspecificatie niet-ontvankelijk verklaard
Appellante ontving op 2 mei 2019 een WW-uitkering toegekend door het Uwv, met een vastgestelde maandelijkse uitkering van €3.262,41 vanaf 1 juli 2019. Zij verzocht het Uwv om inzage in gegevens uit Suwinet, waarop het Uwv op 22 januari 2020 een brief stuurde waarin werd uitgelegd hoe inzage kon worden verkregen en dat gegevens van derden niet verstrekt konden worden. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, maar het Uwv verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Awb was, maar een informatieve mededeling.
Vervolgens maakte appellante bezwaar tegen een betaalspecificatie van 2 september 2020 over de maand augustus 2020. Ook dit bezwaar werd door het Uwv niet-ontvankelijk verklaard omdat de betaalspecificatie een uitvoering was van het eerdere besluit van 2 mei 2019 en geen zelfstandig besluit met rechtsgevolg vormde.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde de beroepen van appellante tegen beide besluiten ongegrond en bevestigde dat noch de brief noch de betaalspecificatie besluiten waren in de zin van de Awb. Appellante ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van de bezwaren.
De Raad concludeerde dat de brief een informatieve mededeling is zonder rechtsgevolg en dat de betaalspecificatie geen wijziging in de betaling inhoudt ten opzichte van eerdere betalingen, waardoor ook deze geen besluit vormt. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bezwaren tegen de brief en betaalspecificatie niet-ontvankelijk zijn.