ECLI:NL:CRVB:2023:44
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor laatst verrichte arbeid bevestigd
Appellant, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 16 maart 2020, omdat een verzekeringsarts appellant geschikt achtte voor zijn laatst verrichte arbeid. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten waren toegenomen en dat hij niet geschikt was voor zijn werk als taxichauffeur. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling van het UWV-artsrapport voldoende was onderbouwd. De klachten werden gezien als een fysiologische reactie op stressoren, zonder aanwijzingen voor burn-out of depressie. Concentratieproblemen konden niet objectief worden vastgesteld.
Appellant bracht geen medische stukken aan die het standpunt van het UWV konden weerleggen. Zijn eigen verklaringen over sociale activiteiten waren niet in overeenstemming met zijn stellingen over ernstige beperkingen. De Raad bevestigde daarom het besluit tot beëindiging van de uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd omdat appellant geschikt is voor zijn laatst verrichte arbeid.