ECLI:NL:CRVB:2023:432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in socialezekerheidszaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een socialezekerheidszaak. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift voldeed hier niet aan.
De gemachtigde van appellante kreeg meerdere kansen en uitstel om de beroepsgronden alsnog in te dienen, waaronder brieven van 26 juli, 26 augustus, 30 september en 20 oktober 2022. Ondanks deze mogelijkheden werd geen inhoudelijke reactie gegeven. Het verzoek om verder uitstel werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van gronden. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 1 maart 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.