ECLI:NL:CRVB:2023:407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door college van B&W Gouda
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Vervolgens trok het college het hoger beroep bij brief van 31 maart 2022 in. Betrokkene verzocht de Raad om het college te veroordelen in de proceskosten. Het college gaf aan zich te conformeren aan het oordeel van de Raad over de proceskostenveroordeling.
De Centrale Raad van Beroep paste artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht toe, dat bepaalt dat bij intrekking van hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad stelde vast dat de proceskosten van betrokkene redelijkerwijs €837 bedragen voor verleende rechtsbijstand.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en veroordeelde het college van burgemeester en wethouders van Gouda in de proceskosten van betrokkene. De proceskosten in eerste aanleg waren reeds toegekend door de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier D. van der Boom, op 7 maart 2023.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Gouda is veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van €837 na intrekking van het hoger beroep.