ECLI:NL:CRVB:2023:406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure nam het college van burgemeester en wethouders van Westland een nieuw besluit dat tegemoet kwam aan appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het college te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het college inderdaad aan appellante was tegemoetgekomen met het besluit van 29 maart 2022. Op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro is het bestuursorgaan in dat geval op verzoek van de indiener van het beroep in de proceskosten te veroordelen.
De Raad liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek. De proceskosten werden begroot op € 1.255,50 voor verleende rechtsbijstand. Voor het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het college wenden.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het college in de proceskosten van appellante tot het genoemde bedrag. De uitspraak werd gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier D. van der Boom, op 7 maart 2023.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Westland is veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.255,50.