Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:368

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 februari 2023
Publicatiedatum
28 februari 2023
Zaaknummer
22/1596 WIA-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering toekenning WGA-uitkering wegens overschrijding vijfjaarstermijn

De appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een WGA-uitkering aangevraagd, welke op 27 juni 2013 werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Op 16 september 2020 meldde appellant toegenomen klachten met ingang van 1 januari 2019, maar het Uwv wees ook deze aanvraag af omdat de melding buiten de wettelijke termijn van vijf jaar viel.

De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische informatie van een oogarts aantoont dat de beperkingen binnen de vijfjaarstermijn zijn toegenomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de melding buiten de termijn valt en dat de medische gegevens geen toename van beperkingen binnen de termijn aantonen.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de medische stukken beoordeeld en geconcludeerd dat er geen bewijs is voor een toename van beperkingen tussen 11 april 2013 en 11 april 2018. De Raad ziet dan ook geen reden om een deskundige te benoemen en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WGA-uitkering wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn.

Uitspraak

22.1596 WIA-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 8 april 2022, 21/1577 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 2 februari 2023
Zitting heeft: T. Dompeling
Griffier: C.G. van Straalen
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 februari 2023. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. B. Wernik. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Roele.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1.1.
Bij besluit van 27 juni 2013 heeft het Uwv geweigerd appellant met ingang van 11 april
2013 een WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet
WIA) toe te kennen, omdat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% is. Dat
besluit staat in rechte vast.
1.2.
Appellant heeft zich op 16 september 2020 bij het Uwv gemeld met toegenomen
klachten met ingang van 1 januari 2019. Het Uwv heeft bij besluit van 15 oktober 2020 geweigerd om appellant een WIA-uitkering toe te kennen.
1.3.
Het Uwv heeft het bezwaar van appellant tegen het besluit van 15 oktober 2020 bij
besluit van 23 februari 2021 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan het bestreden
besluit is ten grondslag gelegd dat geen recht op WIA kan ontstaan omdat de melding van
toegenomen beperkingen buiten de termijn van vijf jaar na de datum per wanneer is
geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen is gedaan.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt als ingenomen in beroep gehandhaafd. Hij is van mening dat hij met de ingediende informatie van de oogarts heeft aangetoond dat er in de periode van vijf jaar na 11 april 2013 sprake is van toegenomen beperkingen.
4. Er bestaat geen aanleiding voor een ander oordeel dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft gegeven. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de melding van toegenomen beperkingen buiten de vijfjaarstermijn valt. Verder heeft het Uwv ten overvloede alle door appellant ingediende medische informatie beoordeeld. Ook op de in hoger beroep ingediende stukken van de oogarts is gereageerd door een verzekeringsarts bezwaar en beroep. Deze arts heeft afdoende beargumenteerd dat uit de medische gegevens niet kan worden opgemaakt dat de beperkingen in de periode van 11 april 2013 en 11 april 2018 zijn toegenomen. Het is duidelijk dat appellant klachten ervaart, maar een toename van beperkingen blijkt niet uit de beschikbare medische gegevens. Er is dan ook geen aanleiding om een deskundige te benoemen.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend.) C.G. van Straalen (getekend.) T. Dompeling