ECLI:NL:CRVB:2023:359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WIA-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland inzake een WIA-zaak. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 25 oktober 2022 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken de beroepsgronden alsnog in te dienen. Deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan. Vervolgens is bij aangetekende brief van 25 november 2022 opnieuw een termijn van vier weken gesteld, met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-ontvankelijkheid. Deze brief is niet afgehaald en ook deze termijn is ongebruikt verstreken.
De Raad heeft nogmaals een gewone brief verzonden zonder een nieuwe termijn te stellen. Er zijn geen verontschuldigingen voor het verzuim aangevoerd. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.