ECLI:NL:CRVB:2023:334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 73,92% zonder ADL-afhankelijkheid
Appellant was werkzaam als manusje van alles en meldde zich op 9 juli 2018 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende hem op 28 juli 2020 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 64,30%. Na bezwaar werd dit percentage verhoogd naar 73,92%, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant niet ADL-afhankelijk is, omdat hij zelfstandig basale activiteiten kan verrichten. Appellant voerde in hoger beroep aan volledig arbeidsongeschikt en ADL-afhankelijk te zijn, onderbouwd met een brief van een psychiater, maar deze informatie betrof een latere datum dan de peildatum.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. De Raad achtte het UWV voldoende gemotiveerd in de keuze van functies voor de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 73,92% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.