Uitspraak
21 2341 WIA
11 juni 2021, 20/786 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
22 maart 2018 heeft vastgesteld op minder dan 35% en terecht heeft geweigerd aan appellant een WIA-uitkering toe te kennen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als meewerkend voorman groenvoorziening en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WGA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was. Na melding van toegenomen klachten stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant niet geschikt was voor zijn laatste werk, maar de mate van arbeidsongeschiktheid bleef onder 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en de beperkingen op navolgbare wijze waren vastgesteld. Hoewel er een motiveringsgebrek was, werd dit gepasseerd omdat appellant niet was benadeeld. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn slaapproblematiek werd onderschat en vroeg hij om een onafhankelijk deskundige en onderzoek op de werkplek.
De Raad oordeelt dat de toegenomen beperkingen voortkomen uit dezelfde oorzaak en binnen de wettelijke termijn zijn gemeld, maar dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht onder 35% is vastgesteld. De aanvullende medische informatie en het verzoek tot werkplekonderzoek bieden geen aanleiding tot twijfel aan de beoordeling van het UWV. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.