Uitspraak
20 2919 WIA, 20/3871 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
WGA-uitkering.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig automonteur, ontving sinds 2008 een WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling in 2018 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 6 januari 2019. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen toen al waren toegenomen en dat de uitkering ten onrechte werd stopgezet.
Het geschil betrof de juiste vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid en de ingangsdatum van een eventuele nieuwe WIA-uitkering. Medische rapporten en arbeidsdeskundig onderzoek bevestigden dat appellant pas vanaf 1 mei 2019, toen hij startte met een dagbehandeling, geen benutbare arbeidsmogelijkheden meer had. De rechtbanken en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV zorgvuldig en juist had gehandeld.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de eerdere uitspraken. De medische gegevens van verschillende specialisten gaven geen aanleiding voor een eerdere ingangsdatum van de uitkering. De Raad benadrukte dat het risico van onduidelijkheid bij late melding voor rekening van appellant komt. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De WGA-uitkering is terecht per 6 januari 2019 beëindigd en het recht op een nieuwe WIA-uitkering ontstaat pas op 1 mei 2019.