Uitspraak
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat het college aan appellant het in beroep betaalde griffierecht van € 48,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdrage in de kosten van rechtsbijstand, maar het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvragen af omdat ze niet binnen veertien dagen na afgifte van de toevoegingen door de Raad voor Rechtsbijstand waren ingediend. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij de aanvragen wel tijdig had gedaan en dat hij ten onrechte niet was gehoord in de bezwaarprocedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij de aanvragen tijdig heeft ingediend; kopieën van aanvraagformulieren met een datum van ondertekening zijn geen bewijs van tijdige verzending.
Hoewel appellant terecht aanvoert dat hij niet is gehoord in de bezwaarprocedure, wordt dit gebrek gepasseerd omdat hij in beroep en hoger beroep de gelegenheid heeft gehad zijn standpunt schriftelijk en mondeling toe te lichten. Het besluit tot afwijzing van de bijzondere bijstand blijft daarom in stand. Verder wordt het door appellant betaalde griffierecht in beroep vergoed.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvragen om bijzondere bijstand blijft in stand omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij tijdig heeft aangevraagd.