Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 1990 een WAO-uitkering en werd na een herbeoordeling door het UWV per 13 november 2019 ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 25 tot 35% met een percentage van 33,20%.
Appellant betwistte deze indeling en stelde dat zijn medische beperkingen groter zijn dan door het UWV aangenomen, mede vanwege COPD, OSAS en psychische klachten. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig waren opgesteld en dat een fysiek spreekuurcontact niet noodzakelijk was.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt dat de verzekeringsarts appellant voldoende heeft onderzocht en dat er geen medisch objectieve gegevens zijn die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de WAO-uitkering blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht is ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 25 tot 35%.