ECLI:NL:CRVB:2023:2449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens ongewijzigde medische beperkingen
Appellant was werkzaam als machine-operator en meldde zich op 14 januari 2016 ziek. Het UWV stelde bij besluit van 28 maart 2018 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Op 22 juni 2018 meldde appellant zich opnieuw ziek met psychische en lichamelijke klachten en vroeg een Ziektewet-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering per besluit van 5 oktober 2018 omdat de medische situatie niet was gewijzigd ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, stellende dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de belastbaarheid van appellant juist had vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen wel waren toegenomen en dat een deskundige benoemd had moeten worden, maar leverde geen nieuwe medische informatie aan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen en dat de functies die bij de WIA-beoordeling geschikt werden geacht, dat nog steeds zijn. De Raad bevestigt dat het UWV terecht de Ziektewet-uitkering heeft geweigerd en ziet geen reden voor benoeming van een deskundige. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering wegens ongewijzigde medische beperkingen.