ECLI:NL:CRVB:2023:2446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat het UWV op 25 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar heeft genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de proceskosten indien het geheel of gedeeltelijk aan de indiener is tegemoetgekomen. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het dossier gesloten.
De Raad oordeelt dat het UWV moet worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 837,-, naast het door appellant betaalde griffierecht van € 136,-.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor, en is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,- en het griffierecht van € 136,- na intrekking van het hoger beroep.