Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:2434

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
23/1342 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-uitkering

Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2022 op minder dan 35% werd vastgesteld, wat leidde tot beëindiging van zijn loongerelateerde WIA-uitkering per 4 mei 2023. Na een verzoek om herbeoordeling stelde het UWV bij besluit van 25 juli 2023 vast dat appellant met ingang van 18 april 2023 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is, waardoor hij alsnog een loonaanvullingsuitkering ontvangt vanaf 4 mei 2023.

Appellant trok daarop het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek beoordeeld op basis van de ingediende stukken. De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit van 25 juli 2023 niet ziet op dezelfde datum als het bestreden besluit en dat het UWV niet is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a Awb.

Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2023.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het UWV niet is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a Awb.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 december 2023
23/1342 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 24 maart 2023, 22/2004 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.A.M. van der Zandt hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 1 maart 2022 vastgesteld op minder dan 35% als gevolg waarvan de loongerelateerde uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 4 mei 2023 zal worden beëindigd. Na een verzoek om herbeoordeling door appellant heeft het Uwv bij besluit van 25 juli 2023 vastgesteld dat appellant met ingang van 18 april 2023 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is, in verband waarmee hij vanaf 4 mei 2023 alsnog een loonaanvullingsuitkering krijgt.
Appellant heeft daarop het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat hij, gelet op het besluit van 25 juli 2023, geen belang meer heeft bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.
Het besluit van 25 juli 2023 ziet op een andere datum dan het besluit waarop de aangevallen uitspraak betrekking had. Dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 18 april 2023 op 80 tot 100% is vastgesteld doet niet af aan het bestreden besluit, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2022 op minder dan 35% was vastgesteld en waartegen het hoger beroep zich richtte. Het Uwv is met het besluit van 25 juli 2023 dan ook niet tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb.
De Raad is daarom van oordeel dat het verzoek om proceskostenveroordeling dient te worden afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 december 2023.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
(getekend) M.D.F. de Moor