ECLI:NL:CRVB:2023:2434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2022 op minder dan 35% werd vastgesteld, wat leidde tot beëindiging van zijn loongerelateerde WIA-uitkering per 4 mei 2023. Na een verzoek om herbeoordeling stelde het UWV bij besluit van 25 juli 2023 vast dat appellant met ingang van 18 april 2023 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is, waardoor hij alsnog een loonaanvullingsuitkering ontvangt vanaf 4 mei 2023.
Appellant trok daarop het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek beoordeeld op basis van de ingediende stukken. De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit van 25 juli 2023 niet ziet op dezelfde datum als het bestreden besluit en dat het UWV niet is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a Awb.
Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2023.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het UWV niet is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a Awb.