ECLI:NL:CRVB:2023:2381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en artikel 8:108 Awb Pro maakt dit ook van toepassing op hoger beroep. Appellant is per brief en aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €136,- en de betalingstermijnen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt op basis van de beschikbare gegevens dat appellant in verzuim is geweest en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier J.M. Labage, en uitgesproken in het openbaar op 14 december 2023. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.