ECLI:NL:CRVB:2023:2358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift. De gemachtigde van appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijn van het griffierecht.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken in het openbaar op 13 december 2023. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.