ECLI:NL:CRVB:2023:2306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerde echtgenoot op overlijdensdatum
Appellante heeft een aanvraag gedaan voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) nadat haar echtgenoot in 2019 in Turkije overleed. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op de overlijdensdatum niet verzekerd was voor de ANW. Appellante maakte bezwaar en vroeg om herziening, maar de Svb handhaafde het besluit omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb. Appellante stelde in hoger beroep dat haar echtgenoot 25 jaar in Nederland had gewerkt en belasting had betaald, en dat zij zelf ziek was en geen inkomsten had. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden geen recht op een nabestaandenuitkering geven als de echtgenoot niet verzekerd was op de overlijdensdatum.
De Raad concludeert dat appellante geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die het eerdere besluit kunnen wijzigen en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was op de overlijdensdatum.