ECLI:NL:CRVB:2023:2257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over woon- en verblijfplaats
Appellant diende een aanvraag om bijstand in, maar het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze af wegens onvoldoende duidelijkheid over zijn feitelijke woon- en verblijfplaats in de relevante periode van 20 december 2019 tot en met 15 juni 2020.
Appellant gaf wisselende en onduidelijke verklaringen over waar hij verbleef, waaronder bij familieleden en vrienden, maar kon niet concreet aangeven op welke dagen hij daar verbleef. Een door een vriend opgestelde verklaring was onvoldoende specifiek om zijn verblijfplaatsen aannemelijk te maken. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen.
Daarnaast werd een eerder toegekend voorschot teruggevorderd en werd een aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand afgewezen, omdat ook daarvoor het recht niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en verblijfplaats van appellant.