ECLI:NL:CRVB:2023:225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante ontving een loongerelateerde WGA-uitkering die per 8 januari 2020 werd beëindigd en vervangen door een WGA-loonaanvullingsuitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na bezwaar en herbeoordeling door het UWV werd de uitkering per 16 juli 2020 ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en voldoende gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar gezondheidstoestand niet was verbeterd maar verslechterd en dat het onderzoek onzorgvuldig was vanwege het ontbreken van een uitgebreid lichamelijk onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden van appellante onvoldoende waren onderbouwd met medische informatie. De verzekeringsarts had alle relevante medische gegevens inzichtelijk en navolgbaar betrokken bij de beoordeling en gemotiveerd afgezien van een fysisch-diagnostisch onderzoek. De Raad bevestigde dat het UWV terecht de WGA-uitkering heeft beëindigd en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%.