ECLI:NL:CRVB:2023:224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit na eerste ziektejaar
Appellante was werkzaam als medewerker fosfaatrechten en meldde zich ziek met ontstekingen en vermoeidheidsklachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering na een eerstejaars beoordeling, omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling als voldoende onderbouwd beschouwde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten ernstiger waren en zij niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten.
De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep alle klachten adequaat had betrokken in de belastbaarheid. Er was geen nieuwe medische informatie die aanleiding gaf het oordeel van het UWV te herzien. De functies waarop de verdiencapaciteit was gebaseerd, waren passend.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering met ingang van 13 december 2020. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering van appellante heeft beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.