Uitspraak
21.2857 WIA
OVERWEGINGEN
WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij met ingang van die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig buschauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan na een ongeval in januari 2018 met diverse klachten. Het UWV stelde vast dat appellant belastbaar was met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst van december 2019 en weigerde de uitkering per 7 januari 2020 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, onder meer omdat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig was en de ingediende medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel over de conclusies. De rechtbank achtte de geselecteerde functies passend en de arbeidsdeskundige gaf een afdoende toelichting.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat er te weinig beperkingen waren aangenomen. De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die concludeerde dat de beperkingen niet waren onderschat en dat er geen aanleiding was voor een urenbeperking.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport overtuigend en consistent was en dat het UWV terecht de WIA-uitkering had geweigerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.