ECLI:NL:CRVB:2023:2193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht in WIA-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WIA-zaak. De gemachtigde van appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het geschil.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier S. Pouw, en op 22 november 2023 openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.