ECLI:NL:CRVB:2023:2154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor arbeid en proceskostenveroordeling in ZW-uitkeringszaak
Appellant ontving sinds 1 februari 2021 een Ziektewetuitkering vanwege lichamelijke klachten. Na een eerstejaars ZW-beoordeling werd vastgesteld dat appellant geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies. Het bezwaar en beroep tegen deze besluiten werden ongegrond verklaard.
Na beëindiging van de ZW-uitkering werkte appellant tijdelijk als gemeentebode, waarna hij zich opnieuw ziekmeldde met psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant per datum ziekmelding arbeidsgeschikt was voor de eerder geselecteerde functies. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door psychische problematiek niet in staat was deze functies te verrichten.
De Raad oordeelt dat appellant geen nieuwe, overtuigende medische informatie heeft ingebracht die aanleiding geeft het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Bovendien is vastgesteld dat appellant ook geschikt is voor het laatstelijk verrichte werk als gemeentebode. Het hoger beroep wordt afgewezen, het bestreden besluit wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.