ECLI:NL:CRVB:2023:2153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Bij het indienen van het beroepschrift is griffierecht verschuldigd, waarvoor appellante een verzoek tot vermindering indiende vanwege vermeende betalingsonmacht. De Raad heeft appellante meerdere malen schriftelijk en telefonisch benaderd om het formulier voor betalingsonmacht volledig en tijdig in te vullen en terug te sturen. Ondanks herhaalde herinneringen en extra termijnen heeft appellante niet volledig gereageerd.
De Raad heeft een inkomensverklaring opgevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand waaruit bleek dat het gezamenlijke inkomen van appellante en haar partner ruim boven de criteria voor betalingsonmacht lag. Appellante heeft uiteindelijk bevestigd dat de inkomensgegevens actueel zijn en dat zij geen vermogen bezit. De Raad heeft daarop het beroep op betalingsonmacht afgewezen en appellante verzocht het griffierecht binnen de gestelde termijn te betalen.
Appellante heeft het griffierecht niet betaald ondanks meerdere aanmaningen, waaronder een aangetekende brief waarin werd gewezen op de gevolgen van niet-betaling. Gezien het uitblijven van betaling verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.