Uitspraak
PROCESVERLOOP
8 september 2022 (bestreden besluit 2) bestreden besluit 1 gewijzigd in die zin dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 27 oktober 2020 is vastgesteld op 46,06%.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig directeur, ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering en was gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid per 27 oktober 2020 vast op 45,42%, later aangepast naar 44,38% en uiteindelijk naar 46,06% na bezwaar en beroep. Appellant betwistte deze vaststelling en voerde aan dat hij meer medische beperkingen heeft, waaronder een urenbeperking.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die het standpunt van appellant niet volgde. De Raad oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat de door appellant overgelegde medische informatie betrekking had op een latere periode dan de datum van vaststelling.
De Raad concludeerde dat appellant de geselecteerde functies medisch gezien kan vervullen en dat het hoger beroep ongegrond is. De vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 46,06% blijft gehandhaafd. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 46,06% per 27 oktober 2020 wordt bevestigd.