ECLI:NL:CRVB:2023:2148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank het besluit van het UWV bevestigd. Appellante voerde aan dat haar beperkingen, zowel medisch als arbeidskundig, zwaarder waren dan vastgesteld, met name vanwege bekkeninstabiliteit en psychische klachten zoals PTSS.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV zorgvuldig en juist is. Er is geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De Raad concludeert dat de beperkingen van appellante adequaat zijn vastgesteld, dat de geselecteerde functies passend zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35% blijft.
De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en handhaaft de weigering van de WIA-uitkering. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is op 8 november 2023 in het openbaar gedaan door S.B. Smit-Colenbrander.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.